ECLI:NL:CRVB:2008:BD8953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering onverschuldigd betaald ziekengeld wegens onjuist vastgesteld percentage
Appellant ontving vanaf 14 februari 2005 ziekengeld op grond van de Ziektewet, aanvankelijk uitgekeerd op basis van 100% van het dagloon. Het UWV stelde bij besluit van 3 januari 2006 vast dat het recht op ziekengeld slechts 70% van het dagloon bedroeg en herzag het recht met terugwerkende kracht vanaf de ziekmelding. Tevens werd een bedrag van €3.547,05 bruto teruggevorderd als onverschuldigd betaald.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat de wisselende wekelijkse uitkeringen ondoorzichtig waren en dat het UWV de plicht had zorgvuldig te berekenen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant op maandbasis redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat het bedrag te hoog was.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat uit het door het UWV overgelegde overzicht blijkt dat appellant substantieel meer ontving dan waarop hij recht had. Ook is aannemelijk dat appellant uitkeringsspecificaties ontving, waardoor het hem redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat het bedrag te hoog was.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, herziening ziekengeld en terugvordering onverschuldigd betaald bedrag bevestigd.