ECLI:NL:CRVB:2008:BD9103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terugvordering bijstand en afwijzing verzoek voorlopige voorziening
Verzoekster ontving bijstand van oktober 1998 tot november 2001. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder herzag het bijstandsbesluit en vorderde een bedrag van €28.892,79 terug wegens fraude over de periode juli 1999 tot oktober 2001. Het bezwaar van verzoekster werd ongegrond verklaard en zij stelde geen beroep in tegen dit besluit, waardoor het onherroepelijk werd.
Het College stelde een aflossingsverplichting van €200 per maand vast, rekening houdend met het gemeentelijk debiteurenbeleid dat minimale aflossingstermijnen en een beslagvrije voet van 90% van de bijstandsnorm hanteert. De rechtbank oordeelde dat het beleid binnen redelijke grenzen bleef en dat het College correct uitvoering had gegeven aan dit beleid, onder meer door rekening te houden met woonlasten en ziektekosten.
Verzoekster voerde persoonlijke omstandigheden en extra kosten aan, maar de voorzieningenrechter vond deze onvoldoende om af te wijken van het beleid. Ook het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden. Het hoger beroep van verzoekster werd verworpen en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak bevestigt het terugvorderingsbesluit en laat ruimte voor verzoekster om bij het College een herziening van het aflossingsbedrag aan te vragen indien zij nieuwe bewijsstukken overlegt.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.