ECLI:NL:CRVB:2008:BD9264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar een WAO-uitkering toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55 procent. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV niet onjuiste medische beperkingen had vastgesteld en dat de functies die aan appellante werden voorgehouden binnen haar mogelijkheden lagen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, met name psychische klachten, niet juist waren meegenomen en dat zij geen arbeid kon verrichten. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst correct was toegepast.
De Raad vond geen aanleiding om een deskundige te raadplegen en concludeerde dat de door appellante overgelegde stukken over andere wetgevingen niet relevant waren voor de WAO-beoordeling. Ook achtte de Raad de drie aan appellante voorgehouden functies passend binnen haar medische mogelijkheden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.