ECLI:NL:CRVB:2008:BD9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-uitkering wegens niet-verzekerde echtgenoot ondanks verzoek tot herziening
Betrokkene ontving sinds 1984 een AOW-uitkering waarbij een korting werd toegepast voor de jaren waarin haar echtgenoot niet verzekerd was voor de AOW. Hoewel betrokkene tegen het oorspronkelijke toekenningsbesluit geen rechtsmiddel heeft aangewend, heeft zij later een verzoek tot herziening ingediend. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft in 2003 het pensioen herzien en de korting vanaf januari 2002 niet langer toegepast, maar handhaafde dit besluit na bezwaar in 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van de erven van betrokkene ongegrond en verwees naar eerdere jurisprudentie van de Raad. In hoger beroep betoogden appellanten dat de Svb een fout had gemaakt die hersteld moest worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het besluit in rechte vaststaat en dat artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de herstelmogelijkheid beperkt.
De Raad ziet geen grond om af te wijken van de eerdere uitspraak en bevestigt de korting op de AOW-uitkering. Er is geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 1 augustus 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de AOW-uitkering en wijst het beroep af.