ECLI:NL:CRVB:2008:BD9271
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 2 december 2004 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellante in staat was om de voorgestelde functies te vervullen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij door chronische psychische klachten en bloedarmoede meer dan 15% arbeidsongeschikt is en geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft. De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen van het UWV zorgvuldig onderzoek hadden verricht en dat geen nieuwe medische gegevens waren ingebracht die aanleiding gaven tot twijfel aan hun oordeel.
De Raad zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigde dat appellante per 2 december 2004 in staat was de haar voorgehouden functies te vervullen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 2 december 2004 wordt bevestigd.