ECLI:NL:CRVB:2008:BD9289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, woonachtig in Australië, ontving sinds 1983 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een medisch onderzoek in 2002 en een daaropvolgende functionele mogelijkhedenlijst (FML) werd de uitkering in 2003 herzien naar 15-25%. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd afgewezen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn arbeidsongeschiktheid 50% bedroeg en overhandigde verklaringen van een arts en een psycholoog uit Australië. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat deze verklaringen geen nieuwe medische feiten bevatten en onvoldoende onderbouwd waren. De Raad oordeelde dat het eerdere onderzoek door deskundigen, waaronder een psychiater, zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant in staat was om de voorgestelde functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit tot herziening van de WAO-uitkering. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.