ECLI:NL:CRVB:2008:BD9333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na vrijwillig ontslag
Appellant was werkzaam als hoofd verkoop bij een werkgever tot 31 juli 2005 en nam ontslag om bij een tweede werkgever te gaan werken, waar hij eerder als freelancer actief was. Na het beëindigen van het dienstverband vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het Uwv werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank oordeelde dat appellant een te groot werkloosheidsrisico had genomen door zijn vaste baan op te geven voor een onzekere positie bij de tweede werkgever, mede vanwege de problematische financiële situatie van dat bedrijf en het ontbreken van dringende redenen voor ontslag. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er wel persoonlijke bezwaren waren en dat hij een weloverwogen keuze had gemaakt.
De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie werkloosheid na vrijwillig ontslag in beginsel verwijtbaar is, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aanwezig zijn. De Raad vond dat appellant te lichtvaardig had gehandeld door zijn vaste dienstverband op te geven zonder voldoende informatie over de financiële situatie van de nieuwe werkgever in te winnen. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden door vrijwillig ontslag te nemen en te lichtvaardig een nieuw arbeidscontract te accepteren.