ECLI:NL:CRVB:2008:BD9563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens ontbreken toename van arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant, voormalig financieel directeur, meldde zich ziek vanwege psychische en rugklachten en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering. Na beëindiging van deze uitkering ontving hij een WW-uitkering en meldde zich opnieuw ziek. Het UWV stelde vast dat er geen toename was van beperkingen en beëindigde het ziekengeld per 7 juli 2005. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat medische rapporten een toename van beperkingen aantoonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig had gehandeld en de medische rapporten had betrokken. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat de diagnose ‘ongedifferentieerde somatoforme stoornis’ of ‘burnout’ geen medisch objectieve beperkingen voor arbeid oplevert en dat de rapportages geen aanwijzingen geven voor een toename van beperkingen.
De Raad benadrukt dat bij ziekmelding vanuit de WW de laatst verrichte arbeid als maatstaf geldt en dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat appellant niet langer ongeschikt is voor deze arbeid. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.