ECLI:NL:CRVB:2008:BD9567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij vergoeding knieprothese
Appellante, geboren in 1928, vroeg bij CZ toestemming voor de plaatsing van een halve knieprothese vanwege knieklachten. CZ wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat een medische indicatie voor een halve knieprothese ontbrak. Appellante liet zich opereren door prof. dr. Martens, waarbij uiteindelijk een hele knieprothese werd geplaatst.
De Raad constateert dat het besluit en het bezwaar zich uitsluitend richtten op de halve knieprothese, terwijl de feitelijke behandeling een hele knieprothese betrof. De medische beoordeling door CZ was dan ook gebaseerd op de halve knieprothese, niet op de hele.
Omdat het hoger beroep alleen ziet op de vergoeding van een halve knieprothese en appellante geen procesbelang heeft bij beoordeling van de vergoeding van de hele knieprothese, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens is het beroep op schending van de redelijke termijn ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij vergoeding van de hele knieprothese.