ECLI:NL:CRVB:2008:BD9581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante ontving sinds 1993 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten. Meerdere medische herkeuringen bevestigden haar arbeidsongeschiktheid. In 2005 trok het UWV haar uitkering in op grond van een vermeende verbetering van haar gezondheidstoestand, gebaseerd op een rapport van psychiater IJsselstein.
Later onderzoek door een andere psychiater, Gerssen, en de bezwaarverzekeringsarts toonden echter een verslechtering van haar toestand aan, wat leidde tot een hernieuwde toekenning van de WAO-uitkering vanaf november 2005. De Raad oordeelt dat het besluit tot intrekking onvoldoende is gemotiveerd, omdat de latere bevindingen het eerdere positieve oordeel tegenspreken en het niet duidelijk is waarom deze niet zijn betrokken bij de beoordeling van de periode vóór oktober 2005.
De Centrale Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.