ECLI:NL:CRVB:2008:BD9725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar ontslag met FPU-aanvulling
Betrokkene diende op 21 december 2004 zijn ontslag in onder de voorwaarde van een netto FPU-aanvulling van € 2.050,- per maand, waarbij ook de werknemerspremie ziektekostenverzekering voor rekening van de werkgever zou komen. Appellant verleende eervol ontslag per 1 januari 2005 en stuurde op 3 februari 2005 een brief waarin werd aangegeven dat de werknemerspremie voor eigen rekening van betrokkene zou zijn. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief geen zelfstandig besluit zou zijn.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de brief van 3 februari 2005 wel een besluit was dat afweek van het ontslagbesluit, waardoor het bezwaar ontvankelijk moest worden verklaard. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep anders: de brief van 3 februari 2005 brengt geen nieuwe rechtsgevolgen voort die niet al door het ontslagbesluit waren vastgesteld. Betrokkene was op de hoogte van de premieverdeling via eerdere e-mails, berekeningen en telefonisch contact.
De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank voor zover aangevochten en verklaart het beroep tegen het besluit van 11 juli 2006 ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 11 juli 2006 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak vernietigd voor zover aangevochten.