ECLI:NL:CRVB:2008:BD9730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verhoging WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak
Appellante ontving een WAO-uitkering wegens beperkingen als gevolg van hyperventilatieklachten. Zij meldde zich op 19 november 1999 ziek met toegenomen polsklachten. Het UWV weigerde per 17 november 2000 de WAO-uitkering te verhogen omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke uitkering.
Na bezwaar en diverse procedures bij de rechtbank en de Raad werd geoordeeld dat de toename van de klachten een andere ziekteoorzaak betrof dan waarvoor de uitkering was toegekend. In hoger beroep stelde appellante dat haar polsklachten waren toegenomen en overhandigde een medisch schrijven, maar dit was niet relevant omdat de oorspronkelijke uitkering niet voor polsklachten was toegekend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 39a van de WAO herziening van de uitkering alleen toestaat indien de toename van arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak. Omdat dit niet het geval was, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering wegens een andere ziekteoorzaak dan de oorspronkelijke uitkering.