ECLI:NL:CRVB:2008:BD9734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens correcte vaststelling arbeidsongeschiktheid na rekenfout
Appellant, een zelfstandig tuinondernemer, ontving sinds 1999 een WAZ-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na bezwaar stelde het UWV in 2005 de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 65 tot 80% per 1 januari 2003. Later ontdekte het UWV een evidente rekenfout in de berekening van het inkomen over het jaar 2000, die leidde tot een te hoge vaststelling van de arbeidsongeschiktheid.
Het UWV corrigeerde deze fout door de uitkering met ingang van 12 september 2005 in te trekken, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bleek te zijn. Appellant voerde aan dat het UWV onterecht terugkwam op een rechtens onaantastbaar besluit en dat er geen volledig medisch en arbeidskundig onderzoek was gedaan. Ook stelde appellant dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat het UWV gerechtigd was de evidente fout te herstellen zonder terugwerkende kracht toe te passen, waarmee het rechtszekerheidsbeginsel niet werd geschonden. De anticumulatieregeling van artikel 58 WAZ Pro stond toetsing aan artikel 3:4 Awb Pro in de weg. Ook was een medisch onderzoek niet verplicht zonder aanwijzingen voor verslechtering. Het beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering wegens correcte vaststelling van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%.