ECLI:NL:CRVB:2008:BD9748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant viel in december 2003 uit wegens rugklachten en ontving vanaf eind 2004 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv trok deze uitkering in augustus 2005 in, waarna appellant bezwaar maakte. Medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigden een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, waarop de rechtbank het bezwaar ongegrond verklaarde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij niet acht uur per dag kon werken. Tevens stelde hij dat een lopende reïntegratie bij zijn werkgever werd doorkruist door een theoretische schatting. Het Uwv herzag daarop het besluit in juni 2008 en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 15 tot 25%.
De Raad oordeelde dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld op basis van zorgvuldig medisch onderzoek en dat een theoretische schatting niet wordt tegengehouden door mogelijke reïntegratie. De Raad vernietigde het eerdere besluit van december 2005 en verklaarde het beroep tegen dat besluit gegrond, maar het beroep tegen het nieuwe besluit van juni 2008 ongegrond. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 12 december 2005 wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 16 juni 2008 ongegrond.