ECLI:NL:CRVB:2008:BD9916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij ontheffing arbeidsverplichtingen WWB
Appellante had bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met arbeidsverplichtingen opgelegd. Na medisch onderzoek werden deze arbeidsverplichtingen nader gespecificeerd en beperkt vanwege haar geschiktheid voor fysiek zware en zwaar stresserende arbeid. Het bezwaar van appellante tegen deze specificatie werd door het College ongegrond verklaard en deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep stelde appellante zich op het standpunt dat zij op medische gronden ontheven moest worden van haar arbeidsverplichtingen. Tijdens de zitting bleek echter dat zij reeds ontheven was van deze verplichtingen tot een nader bepaald tijdstip en dat het College geen verlaging van bijstand wegens niet-nakoming van arbeidsverplichtingen had opgelegd of overwoog.
De Raad oordeelde dat het aanvechten van het eerdere medisch oordeel geen feitelijke betekenis meer had voor appellante, omdat zij reeds ontheven was. Mocht het College in de toekomst opnieuw arbeidsverplichtingen opleggen, dan kan appellante tegen die nieuwe besluiten bezwaar maken. Daarom ontbrak het aan voldoende procesbelang en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.