ECLI:NL:CRVB:2008:BD9919
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststelling dagloon bij WW-uitkering ondanks inhouding vakantiefonds en stakingsdagen
Appellant, werkzaam als tekenaar werktuigbouwkunde, kreeg een WW-uitkering toegekend op basis van een dagloon dat was berekend over het feitelijk genoten loon in het refertejaar. Hij voerde aan dat het dagloon onjuist was vastgesteld omdat het loon lager uitviel door inhoudingen voor het Vakantiefonds Metaalnijverheid en twee stakingsdagen. Volgens appellant leidde dit tot een onrechtvaardige en ongelukkige uitkomst en was het stakingsrecht beperkt, in strijd met het Europees Sociaal Handvest.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het UWV conform de Werkloosheidswet en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen het dagloon juist had vastgesteld op basis van het door appellant daadwerkelijk genoten loon dat als premieplichtig loon was opgegeven. De inhoudingen voor het Vakantiefonds en de stakingsdagen zijn volgens de Raad niet uitzonderlijk en vallen binnen de wettelijke systematiek; het Besluit biedt geen ruimte voor afwijkingen hiervan.
Verder achtte de Raad de vermeende beperking van het stakingsrecht gerechtvaardigd, omdat de werkgever over de stakingsdagen geen loon verschuldigd was en er geen premies werden afgedragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon door het UWV bevestigd.