ECLI:NL:CRVB:2008:BD9995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellante voerde samen met betrokkene een gezamenlijke huishouding, maar betrokkene heeft nagelaten dit te melden aan het College, waardoor bijstand ten onrechte werd verstrekt en teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep van appellante tegen de terugvordering ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Raad dit oordeel, waarbij zij toetst of sprake is van een gezamenlijke huishouding in de zin van de WWB en of er sprake is van wederzijdse zorg.
De Raad concludeert dat appellante en betrokkene in de relevante periode hun hoofdverblijf deelden en blijk gaven van zorg voor elkaar, wat voldoet aan de definitie van gezamenlijke huishouding. Door het niet melden van deze situatie is de inlichtingenplicht geschonden, waardoor het College bevoegd was tot terugvordering.
Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking van het terugvorderingsbeleid rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van bijstand van appellante bevestigd.