ECLI:NL:CRVB:2008:BE0083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nieuwe aanvraag WAO-uitkering niet-ontvankelijk verklaard door Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als thuishulp en met een WW-uitkering, meldde zich ziek vanwege rugklachten en vroeg op 23 oktober 2003 een WAO-uitkering aan. Het Uwv wees deze aanvraag af omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante diende bezwaar in tegen een later besluit van het Uwv van 5 april 2005, dat haar bezwaar ongegrond verklaarde.
In hoger beroep stelde appellante zich op het standpunt dat de medische en arbeidskundige beoordeling onjuist was. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het besluit van 9 januari 2004 onherroepelijk was geworden omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Het besluit van 8 september 2004 was inhoudelijk gelijk aan het eerdere besluit en had geen zelfstandig rechtsgevolg, waardoor het bezwaar tegen dat besluit niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De Raad vernietigde het besluit van 5 april 2005 en verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 8 september 2004 niet-ontvankelijk. Tevens veroordeelde de Raad het Uwv in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan appellante werd vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 8 september 2004 wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 5 april 2005 wordt vernietigd.