ECLI:NL:CRVB:2008:BE0089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente na onrechtmatig besluit
Appellante, voormalig kapster, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid die meerdere keren werd herzien. Na een besluit van het UWV in 2005 waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 15-25%, werd dit bij bezwaar verhoogd naar 25-35%, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische beoordeling onjuist was, onder meer vanwege een onjuiste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en onvoldoende onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts. Tevens werd kritiek geleverd op het gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en de geschiktheid van bepaalde functies.
Het UWV herzag het besluit in 2008 en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 55-65%, gebaseerd op een aangepast medisch rapport en arbeidskundig onderzoek. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het eerdere besluit onrechtmatig was en vernietigde het bestreden besluit 1, maar verklaarde het beroep tegen het gewijzigde besluit 2 ongegrond.
Verder werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de schade in de vorm van wettelijke rente over de vertraagde uitkering en tot betaling van proceskosten en griffierechten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, met veroordeling van het UWV tot schadevergoeding en proceskosten.