ECLI:NL:CRVB:2008:BE8779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellante diende op 13 juli 2005 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor inrichtingskosten zoals een wasmachine, gashaard en kookplaat. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag op 19 juli 2005 af, omdat appellante reeds in 2003 zelf in deze kosten had voorzien. Na bezwaar handhaafde het College het besluit op 6 december 2005. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij destijds niet op de hoogte was van de mogelijkheid om bijzondere bijstand aan te vragen. De Raad overwoog echter dat gebrek aan kennis van wettelijke bepalingen geen reden is om af te wijken van de hoofdregel dat geen bijstand wordt verleend voor kosten die al zijn voldaan. Ook was niet gebleken dat appellante schulden had gemaakt voor de inrichtingskosten.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd omdat appellante reeds in 2003 zelf in deze kosten had voorzien.