ECLI:NL:CRVB:2008:BE8792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling woonkostentoeslag en voorwaarden inzenden belastingaangifte
Appellant, eigenaar en bewoner van een woning, ontving bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag over 2006. Het College van B&W Utrecht stelde deze toeslag vast en stelde als voorwaarde dat appellant vóór 1 juni 2007 de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2006 en een kopie van de belastingaangifte zou inzenden.
Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van de toeslag en tegen deze voorwaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 juni 2006 ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het College ten onrechte geen rekening had gehouden met kosten voor ingezetenenomslag en verontreinigingsheffing en dat de voorwaarde onrechtmatig was.
De Raad oordeelde dat ingezetenenomslag en verontreinigingsheffing behoren tot de reguliere noodzakelijke kosten en niet in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Het beleid van het College hierover is consistent en buitenwettelijk begunstigend, maar correct toegepast. De Raad verklaarde het verzoek om inzending van belastingaangifte geen besluit in bestuursrechtelijke zin en dus niet-ontvankelijk voor bezwaar. De rechtbank had dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep in zoverre gegrond werd verklaard en het besluit vernietigd.
De Raad bepaalde dat het bezwaar tegen het verzoek niet-ontvankelijk is en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard voor de voorwaarde inzending belastingaangifte, deze is vernietigd en het bezwaar tegen dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.