ECLI:NL:CRVB:2008:BE8904
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WW-uitkering wegens geen urenverlies
Appellante kreeg een WW-uitkering toegekend op basis van een verondersteld verlies van 40 arbeidsuren per week over de periode 7 januari 2005 tot en met 28 augustus 2005. Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellante in die periode feitelijk werkzaamheden bleef verrichten voor haar voormalige werkgever, zonder dit te melden, waardoor zij niet aan haar meldingsplicht voldeed.
Het UWV trok de uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde het onverschuldigd betaalde bedrag terug. Appellante voerde aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan en dat een verklaring van haar voormalige werkgever een nieuw feit vormde, maar de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep verwierpen deze stellingen.
De Raad oordeelde dat het UWV beschikte over voldoende bewijs, waaronder een rapport en proces-verbaal werknemersfraude, en dat de verklaring van de werkgever geen nieuwe feiten bevatte. Daarom was het besluit tot intrekking en terugvordering terecht en werd het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van de WW-uitkering bevestigd.