ECLI:NL:CRVB:2008:BE8935
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering
Appellant diende op 28 januari 2005 een aanvraag in voor bijstand bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College wees de aanvraag af op 4 mei 2005 omdat appellant niet zou hebben voldaan aan de inlichtingen- en medewerkingsverplichting, met name door het weigeren te antwoorden op vragen en het niet aanwezig zijn bij huisbezoeken.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit wegens strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat er onvoldoende concrete feiten waren die gerede twijfel aan de feitelijke woonsituatie van appellant rechtvaardigden. Appellant had voldoende bewijs geleverd van zijn woon- en leefsituatie en had alle gevraagde bescheiden verstrekt. De Raad vond dat het huisbezoek niet redelijk was onderbouwd en dat de afwijzing van de bijstandsaanvraag onvoldoende gemotiveerd was.
Daarom vernietigde de Raad de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten en bepaalde dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens onvoldoende motivering en veroordeelt het College in de proceskosten.