ECLI:NL:CRVB:2010:BM0515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstand wegens ontbreken redelijke grond voor huisbezoek
Appellant diende op 26 februari 2006 een aanvraag om bijstand in bij het Centrum voor Werk en Inkomen. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees deze aanvraag af omdat appellant niet verscheen op afspraken bij de Dienst Werk en Inkomen op 26 en 28 april 2006 en niet thuis werd aangetroffen bij een huisbezoek. Dit leidde tot twijfel over zijn woonsituatie en het recht op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat er geen specifieke aanleiding was om te twijfelen aan de opgegeven woonsituatie van appellant en dat het huisbezoek geen redelijke grond had. Bovendien was bij een volgende aanvraag vanaf 2 mei 2006 wel bijstand toegekend.
De Raad vernietigde daarom het besluit van 5 november 2008 en het vonnis van de rechtbank dat dit in stand hield. Het College werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens werd het College veroordeeld in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van het College tot afwijzing van de aanvraag om bijstand wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.