ECLI:NL:CRVB:2008:BE9070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid en afwijzing dringende redenen
Appellant ontving een WAO-uitkering die later werd herzien vanwege inkomsten uit arbeid die niet tijdig waren gemeld. Het UWV vorderde onverschuldigd betaalde uitkeringen terug over de jaren 1999 tot en met 2003, mede gebaseerd op gegevens van de Belastingdienst en onderzoek naar een rekening-courant verhouding met de werkgever.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het UWV terecht was uitgegaan van de door de Belastingdienst verstrekte inkomensgegevens. Appellant voerde aan dat de gegevens onjuist waren en dat het UWV zijn eigen opgegeven loongegevens had moeten gebruiken, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV artikel 44 van Pro de WAO correct had toegepast en dat er geen dringende redenen waren om af te zien van terugvordering. De stelling van appellant dat hij door arbeidsongeschiktheid niet in staat is het bedrag binnen redelijke termijn te betalen, werd onvoldoende geacht.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer en uitgesproken op 22 augustus 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde WAO-uitkeringen en wijst het beroep van appellant af.