ECLI:NL:CRVB:2008:BE9075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand bij WAO-uitkering
Appellant verzocht om vergoeding van kosten voor rechtsbijstand die tijdens de bezwaarprocedure rond de toekenning van een WAO-uitkering waren gemaakt. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze vergoeding, wat door de rechtbank Leeuwarden werd bevestigd omdat appellant niet kon aantonen dat de kosten daadwerkelijk waren gemaakt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij schade had geleden door het onrechtmatig besluit van het Uwv en dat op grond van artikel 6:96 BW Pro de kosten van rechtsbijstand vergoed moesten worden. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat vergoeding alleen mogelijk is als daadwerkelijk kosten verschuldigd zijn voor de verleende rechtsbijstand, zoals ook uit eerdere jurisprudentie volgt.
De overgelegde nota was gericht aan het Uwv en er was verklaard dat appellant nooit een rekening had ontvangen. Hierdoor was niet aannemelijk dat appellant kosten had gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het verzoek om vergoeding af.
De uitspraak benadrukt dat de voorwaarde voor vergoeding van kosten in bezwaar en hoger beroep is dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en verschuldigd zijn. De Raad vond geen aanleiding om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht anders toe te passen.
Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.