ECLI:NL:CRVB:2008:BE9088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na uitval door kneuzingen, depressieve klachten en fibromyalgie. Na een herbeoordeling in 2004 en aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts en psychiater werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 15%, waarna het UWV haar uitkering introk per 1 maart 2005.
Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het besluit van het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond, stellende dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep betoogde appellante dat de medische stukken, waaronder een brief van haar reumatologe, aanleiding gaven tot twijfel over de juistheid van het UWV-oordeel en dat nader deskundigenonderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek en de conclusies van het UWV juist en zorgvuldig waren, en dat de brief van de reumatologe onvoldoende aanleiding gaf om het oordeel te herzien.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De WAO-uitkering blijft ingetrokken.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens een juiste vaststelling van medische beperkingen en arbeidsmogelijkheden.