ECLI:NL:CRVB:2008:BE9141

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-2671 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 4:1 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing sollicitatie en hernieuwde beslissing door college

Appellant was tijdelijk aangesteld als hoofd van de afdeling Sociale Zaken van 1 augustus 2003 tot 1 augustus 2004, met verlenging tot 1 februari 2005 onder aanbieding van een outplacementtraject. Op 1 januari 2005 solliciteerde appellant naar de vacant gestelde functie van hoofd van de afdeling Sociale Zaken. Het college wees deze sollicitatie bij brief van 16 januari 2005 af en verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de brief van 16 januari 2005 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, omdat het geen zelfstandig rechtsgevolg had. De Centrale Raad van Beroep deelt dit oordeel niet en kwalificeert de sollicitatie als een aanvraag in de zin van artikel 4:1 Awb Pro, waarbij appellant belanghebbende is. De afwijzing van de sollicitatie is volgens de Raad een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, Awb.

De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van 5 april 2005. Het college wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij het belang van appellant als sollicitant wordt betrokken. Tevens wordt bepaald dat de gemeente Bussum het door appellant betaalde griffierecht van € 352,- vergoedt. Er zijn geen gronden voor toekenning van proceskostenvergoedingen.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.

Uitspraak

07/2671 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 maart 2007, 05/2267 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bussum (hierna: college)
Datum uitspraak: 21 augustus 2008
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2008. Appellant is in persoon verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.M. Burger, advocaat te ’s-Gravenhage.
II. OVERWEGINGEN
1. Onder verwijzing naar de aangevallen uitspraak voor een uitvoeriger weergave van de voor dit geding relevante feiten en omstandigheden volstaat de Raad met het volgende.
1.1. Appellant is met ingang van 1 augustus 2003 tot 1 augustus 2004 in tijdelijke dienst aangesteld in de functie van hoofd van de afdeling Sociale Zaken. Bij besluit van 14 juni 2004 is de tijdelijke aanstelling van appellant verlengd tot 1 februari 2005 onder aanbieding van een outplacementtraject.
1.2. Op de sollicitatie van appellant naar de vacant gestelde functie van hoofd van de afdeling Sociale Zaken heeft het college bij brief van 16 januari 2005 afwijzend beslist. Het daartegen gemaakte bezwaar is door het college bij het bestreden besluit van 5 april 2005 niet-ontvankelijk verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak is het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
2. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het navolgende.
2.1. De rechtbank is het college gevolgd in het standpunt dat de brief van 16 januari 2005 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuurswet (Awb) is, omdat dit geen zelfstandig rechtsgevolg heeft. Naar het oordeel van de rechtbank had de beslissing van het college van 14 juni 2004, reeds tot gevolg dat het dienstverband op 1 februari 2005 zou eindigen. De afwijzing van de sollicitatie had ditzelfde rechtsgevolg.
2.2. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank niet. Appellants sollicitatie van 1 januari 2005 is te zien als een aanvraag als bedoeld in artikel 4:1 van Pro de Awb waarbij hij belanghebbende is, te weten de aanvraag om te worden benoemd in de vacant gestelde functie van hoofd van de afdeling Sociale Zaken. De reactie van een bestuursorgaan op een dergelijke aanvraag is een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Awb. Dat voorafgaand aan de aanvraag het besluit van 14 juni 2004 was genomen, dat onder meer tot gevolg had dat appellant vanaf 1 februari 2005 geen aanstelling meer had, brengt niet mee dat de afwijzing van de sollicitatie, zijnde de beslissing op een aanvraag, geen beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Awb is.
2.3. De aangevallen uitspraak komt voor vernietiging in aanmerking. Het beroep van appellant is gegrond en het bestreden besluit komt voor vernietiging in aanmerking. Het college zal opnieuw op het bezwaar tegen het besluit van 16 januari 2005 moeten beslissen.
3. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb, aangezien van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten niet is gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit van 5 april 2005;
Bepaalt dat het college een nieuw besluit op bezwaar neemt met inachtneming van deze uitspraak;
Bepaalt dat de gemeente Bussum aan appellant het door hem betaalde griffierecht van in totaal € 352,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en J.G. Treffers en W. van den Brink als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2008.
(get.) J.C.F. Talman.
(get.) K. Moaddine.
HD
21.07