ECLI:NL:CRVB:2008:BE9220
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing derde verzoek om herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Het eerste verzoek uit 2000 werd afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant tijdens de Bersiap-periode in Nederlands-Indië direct betrokken was bij oorlogsgeweld. Hiertegen is geen bezwaar gemaakt.
Vervolgens zijn in 2001 en 2005 herzieningsverzoeken ingediend die eveneens werden afgewezen, waarbij de Raad het eerdere besluit bevestigde. In 2006 diende appellant een derde herzieningsverzoek in, dat ook werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of gegevens waren aangevoerd die aanleiding zouden geven tot herziening.
De Raad overweegt dat de herzieningsbevoegdheid discretionair is en slechts terughoudend wordt getoetst, zeker bij een derde verzoek. Omdat appellant geen nieuwe, relevante feiten heeft aangevoerd en de aangevoerde historische context onvoldoende is om erkenning te rechtvaardigen, verklaart de Raad het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het derde verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of gegevens.