ECLI:NL:CRVB:2008:BE9334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens onvolledige heroverweging door UWV
Betrokkene ontving sinds 1999 een WAO-uitkering, laatstelijk voor 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV beëindigde deze uitkering per 26 juni 2006 wegens vermeende afname van arbeidsongeschiktheid tot onder 15%. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen juist waren toegenomen, ondersteund door medische verklaringen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat het oorspronkelijke onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en adviseerde een herbeoordeling.
Het UWV handhaafde de uitkering op 25-35% arbeidsongeschiktheid, maar wees een verzoek om verhoging naar 45-55% af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen voortzetting van de uitkering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van de hogere klasse eveneens niet-ontvankelijk, omdat dit als een nieuw besluit werd gezien waartegen eerst bezwaar moest worden gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV ten onrechte niet volledig heeft heroverwogen op basis van de bezwaren van betrokkene en dat zowel het bestreden besluit als het latere besluit van 22 september 2006 niet voldoen aan de vereisten van een volledige heroverweging. De Raad vernietigde de besluiten en droeg het UWV op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij alle medische gegevens betrokken moeten worden. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en draagt op tot een nieuwe volledige beslissing op bezwaar.