ECLI:NL:CRVB:2008:BE9503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid door psychiatrische problematiek
Betrokkene, voormalig metaalbewerker, meldde zich in 1993 ziek met buikklachten en vroeg later een WAO-uitkering aan. Medische onderzoeken in Nederland en Marokko wezen op lichamelijke en psychiatrische klachten, maar de Raad concludeert dat er geen sprake was van manifeste psychiatrische problematiek per einde wachttijd in 1994.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit van de uitkeringsinstantie en oordeelde dat het medisch onderzoek onvoldoende was. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, mede op basis van rapportages van diverse specialisten.
De Raad stelt vast dat de psychiater Wettstein geen manifeste psychiatrische aandoening vaststelde en dat de beperkingen van betrokkene adequaat zijn meegenomen in de beoordeling. Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.