ECLI:NL:CRVB:2008:BE9518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengeld na auto-ongeval en medische beoordeling
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, kreeg na een auto-ongeval in 2004 ziekengeld toegekend. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts in opleiding en een bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant per 2 mei 2005 niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid. De uitkering werd daarom beëindigd.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was omdat het niet door een verzekeringsarts was uitgevoerd en dat zijn klachten direct verband hielden met het ongeval. Tevens stelde hij dat de werkbelasting van zijn functie niet juist was beoordeeld. De Raad oordeelde dat het onderzoek voldeed aan de kwaliteitseisen en dat de bezwaarverzekeringsarts een juist beeld had van de functiebelasting.
De medische rapportages toonden geen objectieve afwijkingen die een ongeschiktheid voor arbeid per 2 mei 2005 ondersteunden. De Raad vond geen aanleiding om aan de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts te twijfelen en verwierp de stellingen van appellant.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Dordrecht, die het beroep ongegrond verklaarde, werd bevestigd. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van het ziekengeld per 2 mei 2005 en wijst het hoger beroep af.