ECLI:NL:CRVB:2008:BC4324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor arbeid bij ziektewetuitkering ondanks medische klachten
Appellant was werkzaam als hoofd inkoop bij het bureau verkeershandhaving en meldde zich ziek met diverse klachten, waaronder hart- en vaatproblemen, schouder- en rugklachten en een slaapapneusyndroom. Het UWV beëindigde het ziekengeld omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn schouderklachten en dat informatie over zijn slaapapneu onvoldoende was meegewogen. Ook werd aangevoerd dat het medische onderzoek niet door een geregistreerd verzekeringsarts was uitgevoerd. De Raad oordeelde dat een beoordeling door een verzekeringsarts in opleiding aan de kwaliteitseisen voldoet en dat het onderzoek zorgvuldig was.
De Raad concludeerde dat appellant ondanks zijn klachten geschikt was voor zijn functie op de datum van het besluit. Medische stukken die appellant in hoger beroep overlegde, betroffen een latere periode en waren niet relevant voor de beoordeling op de datum in geding. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van ziekengeld wordt bevestigd.