ECLI:NL:CRVB:2008:BE9551
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag militair wegens softdrugsgebruik
Verzoeker, militair bij de Koninklijke marine, gebruikte tijdens zijn opleiding onder diensttijd softdrugs in aanwezigheid van een medecursist. De staatssecretaris verleende hem op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement ontslag wegens wangedrag, wat na bezwaar werd gehandhaafd. De voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker stelde dat het ontslag onterecht was omdat het zijn eerste constatering van softdrugsgebruik betrof en verwees naar het eerdere beleid dat bij een eerste constatering een waarschuwing voorzag.
De staatssecretaris verwees naar een aangescherpte beleidsaanwijzing van de secretaris-generaal waarin ontslag bij softdrugsgebruik in diensttijd in aanwezigheid van collega’s in beginsel volgt. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze beleidsbepaling redelijk is en dat het ontbreken van overleg met vakbonden hierover niet tot vernietiging leidt. Het belang van een drugsvrije krijgsmacht werd zwaar meegewogen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen aanleiding was om het dienstverband te herstellen en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens softdrugsgebruik wordt afgewezen.