ECLI:NL:CRVB:2008:BE9652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld na herstelverklaring ondanks psychische en lichamelijke klachten
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij per 12 september 2005 niet langer wegens ziekte ongeschikt was voor haar arbeid en daarom geen recht meer had op ziekengeld. De rechtbank had dit beroep ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat de maatstaf voor de arbeid die appellante geacht werd te kunnen verrichten, gebaseerd moest zijn op de functies die in het kader van de WAO-beoordeling voor haar geschikt waren bevonden. Appellante had tijdens het eerste ziektejaar weliswaar arbeidstherapeutische werkzaamheden verricht, maar dit was een mislukte werkhervatting. De Raad verwierp het verweer dat deze functies ongeldig waren geworden na het aanvechten van haar arbeidsgehandicaptenstatus.
Medisch onderzoek door verzekeringsartsen hield rekening met zowel psychische beperkingen als lichamelijke klachten, waaronder gewrichtsklachten en hypertensie. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van deze medische beoordeling en zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Het verzoek van appellante om een werkloosheidsuitkering viel buiten het bestreden besluit en werd niet behandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep van appellante werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld per 12 september 2005 wordt bevestigd.