ECLI:NL:CRVB:2008:BE9653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging boetenota wegens schending redelijke termijn
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die de boetenota’s vernietigde wegens schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank had vastgesteld dat de termijn van twee jaar tussen de aankondiging van de boetes en de uitspraak was overschreden zonder dat bijzondere omstandigheden waren aangetoond die een langere termijn rechtvaardigen. De rechtbank matigde de boetenota’s met 10% en gaf opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De samenvoeging van zaken uit efficiencyoverwegingen en de proceshouding van belanghebbende bieden geen rechtvaardiging voor de overschrijding. Het hoger beroep van appellant wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tot betaling van proceskosten aan belanghebbende ter hoogte van € 322,-- en bepaalt dat een recht van € 428,-- wordt geheven van het Uitvoeringsinstituut.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de boetenota’s wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten.