ECLI:NL:CRVB:2008:BE9828
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervolgingsslachtoffer wegens ontbreken vaststelling vervolging
Appellant, geboren in 1944 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in november 2006 een uitkering aan als vervolgingsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Hij stelde dat hij tijdens de Japanse bezetting geïnterneerd was geweest in kampen te Medan en Pemantang Siantar.
Verweerster wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant vervolging in de zin van de Wet had ondergaan. De Raad toetste dit besluit en onderzocht de aangeleverde gegevens, waaronder verklaringen van de broers van appellant. Uit deze gegevens bleek dat het gezin van appellant in Langsa woonde en dat de vader in 1943 werd opgepakt en gevangen zat in Pematang Siantar. De moeder en kinderen bezochten hem daar, maar er werd geen sprake gevonden van vervolging zoals bedoeld in de Wet.
De Raad oordeelde dat de verklaringen niet consistent waren en onvoldoende bewijs boden dat appellant zelf vervolging had ondergaan. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat niet is vastgesteld dat hij vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan.