ECLI:NL:CRVB:2008:BE9839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim bij depottekort en ziekteverzuimregels
Appellant was sinds 1 februari 2005 in tijdelijke dienst bij het Gemeentelijk Vervoerbedrijf Amsterdam. Op 13 mei 2005 werd een depottekort van €495,35 vastgesteld, waarvoor appellant zich op 26 mei moest verantwoorden. Na ziekteverzuim en het niet tijdig contact opnemen met zijn leidinggevende, werd appellant geschorst en vervolgens op 10 augustus 2005 ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim.
In hoger beroep stelde appellant dat het ontslag onzorgvuldig was genomen, omdat zijn schriftelijke zienswijze niet was meegewogen en dat omstandigheden rondom het depottekort en ziekteverzuim onvoldoende waren betrokken. Ook voerde hij aan dat het afzeggen van een verantwoordingsgesprek gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat het niet meenemen van de brief van 25 juli 2005 in het ontslagbesluit door het horen in bezwaar voldoende was hersteld. Het depottekort werd als ernstig plichtsverzuim aangemerkt, mede omdat appellant het geld aan een deurwaarder gaf ter voorkoming van beslaglegging. Ook het niet tijdig contact opnemen en het afzeggen van het gesprek zonder dringende reden werden als strafwaardig plichtsverzuim beoordeeld.
Gezien het geheel van gedragingen was het ontslag niet onevenredig en rechtvaardigde het de zwaarste disciplinaire maatregel. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd als niet onevenredig.