ECLI:NL:CRVB:2008:BE9845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Korting, intrekking en terugvordering WAO-uitkering directeur-grootaandeelhouder
Appellante, directeur-grootaandeelhouder van twee B.V.'s, ontving sinds 1996 een WAO-uitkering. Het UWV paste artikel 44 WAO Pro toe en stelde de uitkering definitief bij naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, gevolgd door terugvordering van onverschuldigde uitkeringen en oplegging van een boete wegens overtreding van de mededelingsplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Deze stelde vast dat appellante werkzaamheden van economische waarde verrichtte en dat zij over de winsten van de B.V.'s beschikte, maar dat de door haar opgegeven inkomsten niet in redelijke verhouding stonden tot de werkelijke winsten.
De Raad oordeelde dat het UWV de eerdere besluiten niet volledig handhaafde en dat de beroepen tegen de oorspronkelijke besluiten gegrond moesten worden verklaard. De beroepen tegen de latere besluiten werden deels ongegrond verklaard, met uitzondering van het besluit over de proceskostenvergoeding, dat werd vernietigd wegens het niet nemen van een beslissing.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante. De uitspraak benadrukt het belang van juiste inkomstenopgave en de toepassing van artikel 44 WAO Pro bij directeur-grootaandeelhouders die arbeid van economische waarde verrichten.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten over WAO-korting en terugvordering, verklaart beroepen deels gegrond en veroordeelt het UWV tot proceskostenvergoeding.