ECLI:NL:CRVB:2008:BE9913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening tegen terugvordering WW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen een terugvorderingsbesluit van het UWV inzake een onverschuldigd betaalde WW-uitkering. Na intrekking van het bezwaar door zijn gemachtigde, startte het UWV de terugvordering opnieuw op. Appellant stelde dat het bezwaar ten onrechte als ingetrokken was beschouwd en dat hij recht had op voortzetting van de bezwaarprocedure.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingesteld, en er geen verschoonbare termijnoverschrijding was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij mocht vertrouwen op correspondentie van het UWV en dat het beroep niet onredelijk laat was ingediend.
De Raad overwoog dat uit de correspondentie duidelijk bleek dat het UWV het bezwaar als ingetrokken beschouwde en geen beslissing meer zou nemen. De brief van 2 april 2007 werd gezien als een schriftelijke weigering een besluit te nemen, waarmee de beroepstermijn van zes weken startte. Deze termijn was door appellant overschreden en de Raad vond geen reden voor termijnverlenging. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.