ECLI:NL:CRVB:2008:BE9925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- B.M. van Dun
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en opdracht tot nieuw besluit over WW-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin haar WW-uitkering werd geweigerd vanwege een fictieve opzegtermijn. De voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en het bestreden besluit van het UWV.
De Raad oordeelt dat het besluit niet langer gehandhaafd kan worden en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan het verzoek om vergoeding van proceskosten en wettelijke rente. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van appellante, begroot op € 1.288,--, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
De uitspraak is gedaan na schriftelijke behandeling en een zitting waarbij beide partijen zijn verschenen. De Raad concludeert dat het UWV het bezwaar van appellante opnieuw moet beoordelen in overeenstemming met de uitspraak van de Raad.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten aan appellante.