ECLI:NL:CRVB:2008:BF0076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering en zorgvuldigheid medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als kok, ontving sinds oktober 2002 een WAO-uitkering wegens surmenage en post traumatische stress stoornis met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV trok deze uitkering per 9 september 2005 in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat overleg met de behandelend psychiater niet noodzakelijk was.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV de beperkingen onjuist had vastgesteld en dat de bezwaarverzekeringsarts in strijd met de Standaard 'Communicatie met behandelaars' had nagelaten overleg te plegen met zijn psychiater. De Raad overwoog dat een medisch oordeel gebaseerd moet zijn op een volledig en voldoende onderzoek, maar dat het niet inwinnen van informatie bij de behandelend arts niet automatisch leidt tot onzorgvuldigheid.
De Raad constateerde dat de bezwaarverzekeringsarts meerdere malen had geprobeerd telefonisch overleg te plegen met de psychiater, maar zonder succes, en dat de beschikbare medische informatie voldoende actueel en volledig was. Er was geen afwijkend standpunt van de psychiater gebleken. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) was adequaat opgesteld en er was geen aanleiding tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 9 september 2005 wordt bevestigd wegens voldoende en zorgvuldig medisch onderzoek.