ECLI:NL:CRVB:2008:BF0078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.F. Bandringa
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en arbeidskundige onderbouwing in hoger beroep
Appellante ontvangt sinds 1990 een WAO-uitkering wegens lichamelijke en psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2004 werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 45-55%. Het UWV verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze herziening ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel mede op basis van een psychiatrisch rapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en de bevindingen van de verzekeringsartsen betrouwbaar zijn. Echter, de arbeidskundige onderbouwing die ten grondslag ligt aan de mate van arbeidsongeschiktheid is pas in hoger beroep voldoende toegelicht, waardoor het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.
De Raad laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit echter in stand conform artikel 8:72, derde lid, van de Awb. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellante vergoed. Hiermee wordt het belang van een tijdige en deugdelijke arbeidskundige beoordeling benadrukt in procedures rondom WAO-herzieningen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.