ECLI:NL:CRVB:2008:BF0128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.G. Treffers
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militair na leidende rol in ontgroeningsmishandelingen
Appellant was sinds 2004 aangesteld bij de Koninklijke Marine en volgde een initiële opleiding met een verbonden restitutieverplichting. Na een strafrechtelijke veroordeling wegens medeplegen van mishandeling en eenvoudige belediging tijdens ontgroeningsrituelen werd hij door de commandant geschorst en vervolgens ontheven van de opleiding. De staatssecretaris verleende hem eervol ontslag onder toepassing van het Algemeen militair ambtenaren-reglement (AMAR).
Appellant maakte bezwaar tegen de besluiten tot ontheffing, ontslag en restitutieverplichting, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde zijn beroepen eveneens ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de strafrechtelijke veroordeling als vaststaand feit geldt en dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan laakbaar gedrag.
De Raad oordeelde dat de commandant terecht heeft gehandeld door appellant van de opleiding te ontheffen en dat de staatssecretaris bevoegd was om hem te ontslaan. De leidende rol van appellant in de misdragingen en het ontbreken van spijt rechtvaardigen dit besluit. Ook de restitutieverplichting is terecht opgelegd omdat het ontslag het gevolg is van aan appellant toe te rekenen omstandigheden.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd afgewezen omdat de situatie van appellant niet vergelijkbaar is met die van een collega die slechts bij een eenmalig incident betrokken was en direct zijn fout erkende. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees een toepassing van artikel 8:75 Awb Pro af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag met restitutieverplichting wordt bevestigd.