ECLI:NL:CRVB:2008:BF0228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAZ-uitkering wegens gewijzigd standpunt UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV van 15 december 2005, waarin de toekenning van een WAZ-uitkering werd geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% zou bedragen. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep ongegrond. Tijdens het hoger beroep wijzigde het UWV haar standpunt, gesteund door een arbeidsdeskundig rapport dat een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% aannam.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, omdat het gewijzigde standpunt van het UWV het oorspronkelijke besluit onjuist maakte. De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen, waarbij ook aandacht moet worden besteed aan eventuele rentevergoeding.
De Raad oordeelde dat appellant geen medische gegevens had overgelegd die een eerdere arbeidsongeschiktheidsdatum dan 25 februari 2004 aannemelijk maakten. Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente afgewezen vanwege onvoldoende zicht op de omvang van de renteschade.
Tot slot werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. De Raad kwam daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de overige grieven van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.