ECLI:NL:CRVB:2008:BF0229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Uitspraak over ingangsdatum en hoogte WAZ-uitkering bij herziening door UWV
Betrokkene, werkzaam in Nederland, Duitsland en Spanje, vroeg een WAZ-uitkering aan met een voorgestelde ingangsdatum van 16 maart 2000 en een grondslag van €28,21 per dag. Het UWV weigerde aanvankelijk de uitkering per einde wachttijd toe te kennen, maar verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en kende een uitkering toe vanaf 15 maart 2001. Later trok het UWV dit besluit in en stelde de ingangsdatum vast op 1 augustus 2002 met een lagere grondslag, conform Europese regelgeving.
Betrokkene stelde dat het UWV op grond van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel de uitkering niet met terugwerkende kracht mocht wijzigen en verwees naar een Regeling die herziening met terugwerkende kracht beperkt. Het UWV stelde dat de Regeling niet van toepassing was omdat er nog geen uitkering was uitbetaald en dat de herziening noodzakelijk was vanwege dwingendrechtelijke bepalingen in EU-verordeningen.
De Raad concludeerde dat het UWV tijdig en correct had geïnformeerd en dat betrokkene geen gerechtvaardigd vertrouwen had op een hogere uitkering met eerdere ingangsdatum. De Regeling was niet van toepassing in deze situatie. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het UWV mag de ingangsdatum en hoogte van de WAZ-uitkering herzien conform de geldende regelgeving.