ECLI:NL:CRVB:2008:BF0240
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid eigen werk als productiemedewerker
Appellante heeft haar werkzaamheden als productiemedewerker gestaakt vanwege psychische klachten en verzocht om een WAO-uitkering. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij op de aanvangsdatum van haar verzekering reeds volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
Na meerdere procedures en onderzoeken, waaronder door verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsartsen, werd geconcludeerd dat appellante geschikt was voor haar eigen werk als productiemedewerker. De Raad stelde vast dat het UWV pas in een latere procedure voldoende informatie over de werkzaamheden had ingewonnen.
De bezwaarverzekeringsarts Hofmans beoordeelde dat appellante geen beperkingen had die haar verhinderden haar werk uit te voeren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV hiermee voldoende uitvoering had gegeven aan eerdere uitspraken en bevestigde de weigering van de WAO-uitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk als productiemedewerker.