ECLI:NL:CRVB:2008:BF0393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van het UWV om haar een WAO-uitkering toe te kennen met ingang van 24 mei 1999. Het UWV stelde dat appellante weliswaar medische beperkingen had, maar geschikt was voor andere werkzaamheden zonder verlies van verdienvermogen. De rechtbank had het beroep van appellante eerder gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank.
In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank opnieuw het beroep van appellante gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. De Raad oordeelt dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag berust, waarbij ook het psychisch onderzoek adequaat was uitgevoerd.
Appellante voerde aan dat het arbeidskundig onderzoek te laat was uitgevoerd en dat haar psychische beperkingen onderschat waren, maar de Raad verwierp deze bezwaren omdat de beoordeling steeds betrekking had op de relevante datum en het psychiatrisch onderzoek wel degelijk had plaatsgevonden. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek tot toekenning van een WAO-uitkering af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.