ECLI:NL:CRVB:2006:AV2174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot vaststelling arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd niet vervallen door termijnoverschrijding
De zaak betreft een geschil tussen het Uwv en een gedaagde over de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid per het einde van de wettelijke wachttijd van 52 weken. Het Uwv had de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid pas na een aanzienlijke termijnoverschrijding bij besluit vastgesteld en geweigerd een WAO-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn.
De rechtbank had het besluit vernietigd en vastgesteld dat gedaagde recht had op een uitkering voor een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, mede op grond van het rechtszekerheidsbeginsel en het karakter van de betalingen als uitkering in plaats van voorschot. Het Uwv ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat ondanks de overschrijding van de beslistermijn de verplichting van het Uwv om de mate van arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd vast te stellen blijft bestaan. De Raad volgt niet het standpunt dat door het doen van betalingen zonder expliciete voorschotmelding het Uwv niet meer verplicht zou zijn tot deze vaststelling. Ook is er geen sprake van een situatie waarin het rechtszekerheidsbeginsel de wettelijke verplichting zou verdringen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van de vraag of het Uwv terecht de mate van arbeidsongeschiktheid op minder dan 15% heeft vastgesteld en de uitkering heeft geweigerd. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd.