ECLI:NL:CRVB:2008:BF0661

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 augustus 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-3749 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens te late indiening verzetschrift

Appellant heeft tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep verzet ingesteld, nadat het hoger beroep niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet tijdig voldoen van het griffierecht. De uitspraak waartegen verzet is ingesteld, is op 22 november 2007 per aangetekende post verzonden. De termijn voor het indienen van het verzetschrift bedroeg zes weken, welke eindigde op 3 januari 2008.

Het verzetschrift werd echter pas op 12 februari 2008 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn. Hoewel appellant stelde de uitspraak later te hebben ontvangen, oordeelde de Raad dat de uitspraak op correcte wijze was betekend. Het niet afhalen van aangetekende post ligt voor rekening van de betrokkene en kan niet leiden tot verlenging van de termijn.

De Raad concludeerde dat het verzet niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat het verzetschrift te laat was ingediend. Er was geen sprake van verzuim van appellant dat een uitzondering zou rechtvaardigen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd op 21 augustus 2008 in het openbaar gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het verzetschrift.

Uitspraak

07/3749 ANW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Naam appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 mei 2007, 06/3459 (hierna: aangevallen uitspraak),
in geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak: 21 augustus 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 15 november 2007 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uispraak niet-ontvankelijk verklaard.
Voornoemde uitspraak is op 22 november 2007 per aangetekende post aan partijen verzonden.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant bij schrijven van 31 januari 2008, bij de Raad ontvangen 12 februari 2008, verzet gedaan
Op 16 januari 2008 is de uitspraak door de retour ontvangen met de boodschap “non reclamé” (niet afgehaald). Op dezelfde datum is de uitspraak nogmaals verzonden, zowel aangetekend als per reguliere post.
Bij schrijven van 17 maart 2008 heeft de griffier van de Raad appellant medegedeeld dat zijn verzetschrift buiten de geldende termijn bij de Raad is ingediend en appellant verzocht aan te geven wat daarvoor de reden is. Appellant heeft hierop bij brief van
7 april 2008 gereageerd.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 juli 2008, alwaar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 15 november 2007 berust hierop, dat het hoger beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat het griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn is voldaan.
In de op grond van artikel 8:55 eerste Pro lid, van de Awb, van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb, is bepaald dat de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken bedraagt. De termijn voor het indienen van een verzetschrift gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt.
Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een verzetschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens stelt de Raad vast dat het namens opposant ingediende verzetschrift te laat is ingediend. De uitspraak van de Raad is op 22 november 2007 per aangetekende post verzonden zodat de laatste dag van de verzettermijn 3 januari 2008 was. Op die datum was het verzetschrift niet bij de Raad ingekomen. Evenmin was het verzetschrift voor die datum ter post bezorgd.
Ten aanzien van een na afloop van de verzetstermijn ingediend verzetschrift blijft niet ontvankelijkverklaring achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Appellant heeft aangeveerd de uitspraak van de Raad eerst later te hebben ontvangen.
De Raad is van oordeel dat de door appellant aangevoerde omstandigheden onvoldoende gronden bevatten die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden aangezien de uitspraak op de juiste wijze is bekend is gemaakt. De Raad tekent daarbij aan dat het niet afhalen van een aangetekend schrijven voor rekening van de betrokkene komt.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en H.J. Simon en H.J. de Mooij als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.J. Bernhagen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2008.
(get.) M.M. van der Kade.
(get.) M.J. Bernhagen.
OA
III. DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
Statue:
Déclare l’ opposition contre la présente décision interjeté non-recevable.
Par conséquent, décidée par M. le maître M.M. van der Kade en qualité de président, M. le maître H.J. Simon et M. le maître H.J. de Mooij comme membres, en présence de M.J. Bernhagen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 21 Août 2008.